De rijke gemiddelde Belg                                  augustus 2010

Volgens de recentste cijfers van de  Nationale Bank behoort de gemiddelde Belg tot de rijkste van deze wereld. Zijn netto financieel vermogen, dat wil zeggen zijn spaargeld en financieel beleggingen, bedraagt, zonder rekening te houden met zijn onroerende bezittingen en na aftrek van eventuele lopende leningen, zo maar eventjes 67.200 euro. Het gemiddeld doorsnee gezin bezit 156.000 euro aan spaargelden, aandelen, kasbons en andere waardepapieren.

Iemand die zich bewust is van hoe men gemiddelden berekend, weet dat die bedragen meer dan beduidend hoger zouden zijn als men het gemiddelde zou berekenen van enkel diegenen die effectief spaargeld en/of financiŽle beleggingen hebben. De 15% Belgen die onder de armoedegrens leven, bezitten in regel geen enkele financiŽle reserve, en wie goed om zich heen kijkt, merkt dat zelfs een niet onaardig deel van de bevolking er weliswaar een aanvaardbaar levenspeil op nahoudt, maar juist daardoor niet aan sparen toekomt.

Om tot het toch wel aanzienlijk gemiddeld bedrag van 156.000 euro te komen is er dus, afgezien van de 10% 'rijken', voor wie het om reden van behoorlijkheid maar goed is dat hun rijkdom niet meer in voormalige Belgische franken wordt uitgedrukt, een relatief groot deel van de bevolking die zich de status van 'betertegoeden' mag aanmeten en waarvan het financieel vermogen eerder om en bij het dubbele zal schommelen.

Eigenlijk zijn de cijfers van de Nationale Bank, vooral als men ze logisch analyseert, een bevestiging van wat een goede waarnemer bij gebrek aan cijfers alleen maar kan vermoeden, namelijk dat er voor, zo niet het grootste, dan toch voor een heel groot deel van de bevolking helemaal geen crisis of slechte tijden zijn geweest. Integendeel, voor wie enigszins wat geld heeft en verdient, betekenen 'slechte tijden', periodes waarin hij zijn luxe-uitgaven enigszins mildert en zijn spaarquota verhoogt, terwijl hij in 'betere tijden' enerzijds meer uitgeeft, maar anderzijds door beursstijgingen eveneens zijn financieel bezit de hoogte ziet ingaan. Voor betergegoeden betekenen slechte tijden dus allen een minder snelle stijging van hun welvaart.

Met zijn allen hebben wij als gemeenschap een openstaande schuld van meer dan 300 miljard euro, wat maakt dat die zelfde gemiddelde Belg een gemeenschapsschuld heeft van meer dan 28.000 euro. Dus als elke 'gemiddelde Belg' zijn aandeel in de gemeenschappelijke schuld aflost houdt hij toch nog het aardige bedrag van 39.000 euro over. Geen staatschuld meer, en wegens het wegvallen van interestbetaling ook een aanzienlijke structurele vermindering van de begrotingstekorten. Als dat niet mooi zou zijn!

Uiteraard is een dergelijke denkpiste natuurlijk compleet utopisch. Niet alleen omdat wij met zijn allen denken geen individuele schuld te hebben aan de gemeenschapsschuld, maar nog meer omdat het grootste deel van de staatschuld, via staatsbonnen en staatsobligaties aangegaan is bij individuele Belgische staatsburgers zelf, die daar dus een aardige duit aan verdienen. Gekker kan het eigenlijk niet: het individu die zich verrijkt aan de schuld van de gemeenschap waartoe hij behoort, en waardoor hij dus tegelijkertijd zowel schuldeiser als schuldenaar is.

Voor die 15% onder de armoedegrens levenden, aangevuld met de 20% weliswaar goed levende, maar aan liquiditeitontbrekende Belgen, zal het allemaal worst wezen. Alhoewel, zij zijn wel de eersten die in 'slechte tijden' de rekening gepresenteerd krijgen, en inkomenspercentsgewijs het meest betalen voor dit perverse systeem, waar zij niet kunnen van meegenieten.

Renaat Van Poelvoorde.