Maart 2020

Hoop is niets meer dan een uitgestelde ontgoocheling geworden.

'Hoop doet leven' zegt het aloude spreekwoord. En er was inderdaad een tijd waar dat voor velen, als de omstandigheden niet meezaten, een soort ideologische pijnstiller was, waardoor men na enige aarzeling terug de moed bijeenschaarde om 'verder te doen'. Want...'na regen komt zonneschijn', en ten slotte zijn die beiden essentieel voor het leven op deze aardkloot.

En inderdaad, er was zo een tijd; maar de voorbije dagen, weken, maanden, ja, zelfs sinds de aanvang van de twintigste eeuw, is die tijd geleidelijk aan beginnen wegdeemsteren. En ja, er zijn wel nog heel wat mensen die hopen, maar steeds minder die daar ook nog in geloven.

Hoe zou dat toch komen, denk ik dan. Er zijn toch steeds meer miljardairs? Steeds meer rijken, steeds meer mensen die tot de hogere regionen van de middenklasse zijn doorgestoten? En ook het middensegment, ja zelfs de lagere middenklasse heeft het toch heel wat beter dan eind vorige eeuw? En zelfs de armoede schijnt wereldwijd te zijn afgenomen, want heel wat minder mensen dan voorheen lijden honger, en moeten het nu niet meer stellen met 1euro of minder per dag, maar weten ondertussen ook wat de waarde is an 2 euro! Natuurlijk gaat het hier enkel over de noodlijdenden in de van oudsher arme landen en dito gebieden.

Maar volgens  de Verenigde Naties betekent armoede "Het niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften die noodzakelijk zijn om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. 'Primaire levensbehoeften' zijn schoon en drinkbaar water, voldoende gezond voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg" Ook is er sprake van armoede als mensen een (chronisch) tekort aan betaal- of ruilmiddelen hebben, waardoor de aanschaf van noodzakelijke bestaansmiddelen buiten hun bereik komen te liggen. Zelfs het geen toegang hebben tot secundaire levensbehoeften kan ervaren worden als armoede, vooral als in een samenleving anderen dat wel hebben. En laat in dat laatse vooral de spreekwoordelijk schoen wringen.

Van het aantal mensen op deze wereld die het met ťťn of meerdere van de voornoemde UNO-'armoede-ingredienten' moeten stellen, leeft het aanzienlijk deel deel in de 'rijke' geÔndustrialiseerde landen. En dat aantal is sinds het einde van de vorige eeuw gestagneerd op een gemiddelde van 15 tot-20%. Noch het liberalisme, noch het socialisme, laat staan het kapitalisme, is er in gelaagd daar enige verandering (verbetering) in aan te brengen.

En wat met de hoop op verbetering? Hoe zit het met deze planeet waarop een overbevolking van 7,5 miljard mensen, via industrie, landbouw, woon- en voedings- verplaatsings- en ontspanningswijze de lucht, natuur en zeeŽnwijze, vervuilt en zodoende haar eigen habitat vernietigt?

Denkt men echt dat, industriŽle en maatschappelijke wijzigingen en milieu-maatregelen die meer dan een halve eeuw geleden, met een wereldbevolking van maximum twee en een half miljard nog enig nut hadden, nu nog enige kans op slagen hebben? Denkt men echt dat de financiele en maatschappelijke kost welke al die maatregelen direct ťn indirect noodzaken de voornoemde armoedecategorieŽn niet noemenswaardig zal treffen? Denkt men echt dat die uitvoerbaar zullen zijn, zonder gewelddadige gevolgen?

Of kort en eenvoudig gezegd: Denkt men echt dat de ecologische-, klimatologische- economische-, sociale- en maatschappelijke problemen  blijvend beheersbaar, laat staan oplosbaar zijn, zonder de basisoorzaak ervan, nl de overbevolking van deze planeet aan te pakken?

Voor al diegenen die daar enige hoop, laat staan geloof in hebben, heb ik de lef om als een waarachtig orakel te stellen dat die hoop niets meer dan een uitgestelde ontgoocheling zal blijken.

Renaat Van Poelvoorde

 

©RVP-2019