Sire, er zijn geen allochtonen meer

in Vlaanderen

 

       februari (2)  2013                         

 

De (allochtone) politieke filosoof,  Bleri Lleshi, vindt het woord ‘allochtoon’ niet het grote probleem, dat in tegenstelling met het  de ongelijkheid. Dat men in Gent besloten heeft om het, volgens hem, ‘afschuwelijk’ woord af te schaffenn, vindt hij een prima zaak. Maar zowel in Gent als in gans België dient er naar zijn zeggen veel meer te gebeuren.

Waarom het begrip ‘allochtoon’, wat ‘van elders afkomstig’ betekent, een lelijk, foutief en stigmatiserend woord is, en synoniemen zoals vreemdeling, buitenlander, immigrant,  e.d. dat niet zouden zijn, is mij niet heel duidelijk. Evenmin waarom Gentse Turk, of  Marokkaanse Gentenaar, niet ‘onderscheidend’ zou aanvoelen en het ‘wij-zij’ gevoel niet zou in stand houden.

Maar goed,  de heer Llesh voelt zich, wegens zijn engagement, vlot Nederlands en Frans sprekend, en zich volledig thuis voelend in onze hoofdstad, helemaal geen allochtoon, maar een Belg, zoals U en ik. Prachtig vind ik dat. Indien, zo niet alle, maar dan toch de overgrote meerderheid van de immigranten datzelfde zouden (trachten te) voelen, zou er mijn inziens al een groot deel van ‘hčt probleem opgelost zijn.

Wat onze politieke filosoof echter veel belangrijker vindt, iets waar ik hem volledig in volg, is de vaststelling dat de helft van de in ons land verblijvende vreemdelingen in armoede leven. Onder de Westerse landen, doet België het bijzonder slecht wat betreft de ongelijkheid binnen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Daar zou men dus kunnen  uit besluiten dat de bewindvoerders zich niet bepaald inspannen om de situatie van geďmmigreerden te verbeteren.

Waar hij stelt dat, en de voorbije twintig jaar, m.b.t. de socio-economische integratie van mensen met een migratieachtergrond, zowel de politiek, het middenveld als media, faliekant gefaald hebben, heeft hij natuurlijk een punt. Of dat komt omdat men nagelaten heeft om de structurele problemen aan te pakken, en zijn tijd verspeeld heeft met praten over cultuurverschillen, ethnie en religie, is nog maar de vraag.

Bleri Llesh klaagt vooral de zogenaamde ongelijkheid binnen het onderwijs aan, waardoor de overgrote meerderheid van de migrantenjongeren in het beroepsonderwijs en het buitengewoon onderwijs belandt. Terecht wijst hij op ontgoocheling welke de meeste allochtone jongeren ervaren, wanneer zij er in slagen om toch hogere studies aan te vatten en af te maken, en zich  op de arbeidsmarkt begeven.

De ongelijkwaardige behandeling die allochtone kandidaten bij sollicitaties dikwijls ondervinden, degenereert meer dan eens om het even welk een Bachelor of Masterdiploma.
 

Ondanks zijn kritiek op het falen van de politiek, is zijn oplossing niet echt innovatief te noemen. Hij vervalt daarbij in dezelfde fout als deze aan wie hij zijn verwijt richt. Hij zegt weliswaar wŕt er moet gebeuren, maar verzaak om het ook inhoudelijk en functioneel in te vullen. Iedereen is er zich van bewust dat er ‘een ander beleid’ moet komen, en de structurele problemen moeten aangepakt worden. Niet allen de armoede, de erbarmelijke huisvesting, de discriminatie op de arbeidsmarkt, welke duidelijk definieerbaar is, maar ook vooral de complexe problematiek voor de anderstaligen in het onderwijs, welke hij verkeerdelijk als ‘ongelijkheid’ omschrijft, zijn de cruciale problemen waarvoor men, in de huidige situatie van ons neoliberaal kapitalistisch systeem in crisis, niet zomaar de gepaste oplossing voor handen heeft.

De zogenaamde ongelijkheid in het onderwijs wordt, vooral in Vlaanderen, waar de inspanningen door het ‘gelijke kansenonderwijs’, bezwaarlijk genegeerd kunnen worden, reeds langer tot het best mogelijke minimum beperkt. De al dan niet gewilde gebrekkige medewerking van allochtone ouders om hun peuters thuis in het Nederlands op te voeden legt daar een niet geringe hypotheek op.

Als een ware politieker wijst Lleshi op de oorzaak en zijn gevolgen, en geeft aan wat de oplossing is, maar blijft zoals iedereen onbekwaam in het vinden van  maatschappelijk haalbare, en politiek ‘verkoopbare’ middelen.

Ik vrees dat, noch met wetten, noch met debat, laat staan het schrappen van aanwijs- en benoemwoorden bijdragen tot een oplossing voor de migrantenproblematiek. Zoals het sinds de oudheid het geval is kunnen alleen  evolutie en/of schokgolven de gevolgen van de kleine ‘volksverhuizingen’ welke zich sinds de jaren zeventig in West-Europa voltrekken, uitvlakken, om uiteindelijk terug samenhangende gemeenschappen te vormen.

In afwachting kan, indien andere steden het Gentse voorbeeld volgen, eerste minister Di Rupo bij de koning gaan met de mededeling: “Sire, er zijn geen allochtonen meer”

Renaat Van Poelvoorde

   

©RVP-2013