Hervorming van ons inkomstenbelastingstelsel:

waar blijven de sociaal verantwoorde voorstellen?

                                       juli 2013                Deel          

Steeds meer, en steeds luider, klinkt de roep om hervorming  van ons belastingstelsel.  Men heeft het  dan vooral om de inkomstenbelasting welke grotendeels  de belasting op arbeid inhoudt.

Volgens de vrije-marktlogica is het nodig  de lasten op arbeid zo klein mogelijk  worden gehouden, dus in ons geval drastisch verminderd worden, ten einde onze economische concurrentiepositie tegenover de andere landen te verbeteren. En gezien de belasting welke voortvloeit uit de werkgeversbijdragen op de lonen een aardig deel van onze gemeenschapsinkomsten vertegenwoordigt, dient men uiteraard te zoeken naar, ofwel compensaties voor de vermindering ervan, ofwel naar domeinen waar men die belasting voor een deel kan naar overhevelen. 

Van de voorstellen die af en toe in de media komen neemt  blijkbaar niemand de moeite om die in detail toe te lichten, laat staan te analyseren. Van neoliberale partijen zoals VLD en N-VA kan men uiteraard verwachten dat al wat uit hun hoek komt aangewaaid door hun (beter gegoede) achterban is ingekleurd.

Maar van sociaaldemocratische, links-liberale en zelfs nog enigszins socialistische partijen mag men toch aannemen dat hun kanalen ter vergaring van algemene middelen eerder naar de kapitaalkrachtigen leiden  dan dat  daar ook de kleine waterarme beekjes der minderbedeelden bij betrokken worden. 

Van een Marxistisch geïnspireerde partij zoals de Belgische pvda, die toch al bewezen heeft over een competente studiedienst te beschikken, is mij bovendien, behalve de miljonairtaks, welke toch maar als een onderdeel van een globaal belastingstelsel kan gezien worden, geen duidelijk voorstel dienaangaande bekend. Maar ik mag veronderstellen dat, indien het er ooit zou komen, dit toch enigszins nauw zal aanleunen aan de  hoofdlijnen welke ik op het einde van deze tekst naar voor breng. 

De mogelijkheden

Voor wie de basis-socialistische 'herverdelingsgedachte'  aanhangt is het duidelijk: De grote kapitaalkrachtigen, die nu grotendeels de ‘fiscale dans’ ontspringen, kunnen daar best het merendeel  van voor hun rekening nemen. Maar daar voelen uiteraard de liberalen dan weer niet veel voor, omdat volgen hent het te veel tegen het zere been schoppen van de ‘investeerders in werkgelegenheid’, eerder nadelig zou werken.

De sociaal democraten willen dan weer de fameuze ‘middenklasse’ enigszins ontzien,  vooral dan de bovenlaag ervan; want  dat is een groep die eveneens in hùn electorale visvijver te vinden is. Hun stilaan klassiek geworden dogma, ‘iedereen (rijk én arm) moet zijn steentje bijdragen’, gestand doende, zien zij  een verschuiving naar de BTW als een aanvaardbare oplossing.  

De  ogenschijnlijk positieve redenering  dat wie veel uitgeeft ook veel belasting betaalt, en weinig uitgeeft ook weinig belasting betaalt , moet de feitelijkheid verdoezelen dat wie wegens zijn beperkt inkomen weinig heeft om uit te geven, via lineaire belastingen in verhouding tot zijn inkomen meer belasting betaalt.

Voor de groenen mogen de inkomsten uit kapitaal en onroerend goed best wat meer belast worden, en willen zij ook wel nadenken over een kleine btw-verhoging, maar dient uiteraard een aanzienlijk deel van de verschuiving toch naar de  milieuvervuiling en –belasting te gaan. Dat de aan de bedrijven opgelegde milieubelasting aan de verbruiker wordt doorgerekend, en deze dus niet door de bedrijven maar door de burger wordt betaald, schijnt voor hen  een te verwaarlozen bijwerking te zijn. 

Soorten belasting

Afgezien van de vennootschapsbelasting en allerhande sociale bijdragen door werkgevers en werknemers, en allerhande ondernemingstaksen, hebben wij in ons land voor de burger een driedelig belastingstelsel. Dat omvat  - de inkomstenbelasting, - de belasting op de toegevoegde waarde bij verkoop van goederen en diensten (BTW), - en allerlei taksen en accijnzen op diensten en bepaalde producten.

Gezien het grootste deel van de belastingplichtige bevolking zijn inkomen verwerft uit arbeid, vertegenwoordigt de belasting op arbeid daar dan ook een navenant groot aandeel in. En daar wil men een aanzienlijk deel naar het financieel- en onroerend inkomen, ofwel  naar één van beide overhevelen.

 

 Het antwoord op de vraag wie tot heden de rekening betaalt , en wie dat  in de toekomst zal doen, is in beide gevallen simpelweg en eenduidig : Wij! En wij, dat is iedereen. Dus blijft alles het zelfde, zou men denken. Niet echt, want het verschil zit hem  in  de wijzigende procentuele verdeling van het te betalen bedrag. En het is daar dat het moeilijk wordt.

Wie laten we meer, en wie laten we minder belasting betalen.

Vandaag wordt het overgrote deel van alle belastingen , via inkomsten- en  consumptiebelasting, door iedereen betaalt. Bepaalde verschuivingen veranderen daar trouwens niet echt iets aan. Zo betekent een verschuiving van lasten op arbeidsinkomen naar BTW, weliswaar een ogenschijnlijke vermeerdering van inkomen, maar heeft dit, als gevolg van de verhoging van de eindverbruikersprijs, een  gelijkwaardige vermeerdering van uitgaven als gevolg. Bovendien blijken de voorstanders  ervan (opzettelijk?) een pervers effect  ervan te verzwijgen: Een verschuiving van lasten op inkomen naar belasting op consumptie (dus uitgaven), doet niet alleen de herverdelende functie van de inkomstbelasting teniet,maar vermeerderd het aandeel van belasting omgekeerd evenredig met de daling van het inkomstenniveau.

Hetzelfde nadelig effect voor de minderbedeelden krijgt men bij een overheveling van inkomstenbelasting naar milieubelasting. De door eventueel vervuilende bedrijven betaalde belasting wordt aan de consument doorgerekend, en de lineaire belasting op afvalverwerking  maakt dat de stijging van het lastenpercentage voor de minderbedeelde veel groter uitvalt dan voor de betergegoede.  

Het neoliberale kapitalisme in zijn meest perverse vorm

Een verschuiving van belasting op arbeid naar BTW en/of milieu maakt dat, hoe hoger het inkomen, hoe minder men procentueel daarvan afstaat aan de gemeenschap, terwijl, hoe minder men verdient, hoe meer men van zijn inkomen aan belastingen betaalt. Het omgekeerde van wat het (nu reeds danig afgeslankt) principe van ons huidig inkomensbelastingsysteem  beoogt. Bovendien  laten wij in dat geval de onder de armoedegrens levende burgers, waarvan nu een groot deel wegens een te laag inkomen zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting,  via btw en andere lineaire belastingen volledig (en inkomensgewijs in veel grotere mate) meebetalen aan de financiering van de gemeenschappelijke middelen.

Dus, linkse partijen welke al dan niet fundamenteel stellen dat zij opkomen voor de bescherming van-, en  de zorg voor- armen, minderbedeelden, en lage-loners,  dienen zich per definitie TEGEN een verschuiving van inkomstbelastingen naar milieu-, BTW-,  en andere lineaire belastingen, taksen en accijnzen te verzetten, omdat deze verschuiving niet enkel een aanmerkelijke verhoging van belastingen betekenen  voor de lage inkomens, maar bovendien een bijkomende belasting betekenen voor diegenen die wij tot heden, wegens de beperktheid van hun inkomen  vrijstellen van inkomstenbelasting.  

Besluit

De enige sociaal verantwoorde hervorming van ons belastingstelsel is, alle vormen van inkomen, zowel uit arbeid,  uit onroerend of roerend vermogen, van welke aard ook, gelijkwaardig volgens progressieve aanslagvoeten te belasten. De verschillen in aanslagvoeten zijn enkel getalmatig verantwoord en mogen niet  bronmatig veranderlijk zijn. Van het principe dat de sterkste schouders de zwaarste (gemeenschappelijke) lasten dienen te torsen, mag niet worden afgeweken, maar moet daarentegen geherwaardeerd worden.

Daartoe dienen heel wat, huidige lineaire belastingen en taksen herbekeken te worden in welke mate zij, zo niet afgeschaft, dan toch minstens  inkomensafhankelijk kunnen gemaakt worden.

 Renaat van poelvoorde

 

 

 

 

©RVP-2013