De zevenkoppige  crisis

 

        oktober 2011          

In 2007 ontstond door de instorting van de hypotheekmarkt een  wereldwijde crisis die sindsdien de vorm van een zevenkoppige moeilijk te bedwingen draak heeft aangenomen.

De oorzaak ervan waren de 'subprime'-hypotheken, waarbij in het begin een lage rente betaald wordt die achteraf  langzaamaan oploopt. Het bijzondere van deze hypotheek is dat deze ook zonder enige  inkomensgarantie kan worden afgesloten. Toen heel wat inkomensonzekere Amerikanen hun afbetalingsverplichtingen niet meer nakwamen, ontstond de "subprime-crisis" waardoor heel wat banken en verzekeringsmaatschappijen dreigden onderdoor te gaan.

Als gevolg daarvan ontstond eerst de financiŽle crisis, die men trachtte te bezweren door wereldwijd honderden miljarden in de banken en andere financiŽle instellingen te pompen en zodoende het in elkaar storten van het financiŽle systeem te voorkomen

Door het wegvallen van het onderling vertrouwen tussen de banken stokte de kredietverlening en konden ondernemingen geen of nog maar beperkt krediet verkrijgen. Het consumentenvertrouwen daalde, de economie kromp en bedrijven reorganiseerden of sloten hun deuren. De tweede kop van de draak kwam tevoorschijn: de economische crisis.

Gezien de staatsfinanciŽn onrechtstreeks beheerd en gestuurd worden door de financiŽle en economische machten, kon ook de crisis van de staatsfinanciŽn niet uitblijven. Niet enkel door de massale steun aan de banken, maar vooral door de gevolgen van de economische crisis  groeide het begrotingstekort van de overheden snel. Daardoor gingen veel regeringen extra geld uitgeven om economische investeringen te stimuleren, waardoor begrotingstekorten en staatsschulden verder opliepen.

De drakenkop van de staatsfinanciŽn heeft dezelfde slokdarm als deze van de eurocrisis. Want de landen in Europa met de zwakste economieŽn moeten steeds hogere rentes betalen voor hun staatsleningen. Door het feit de landen van de eurozone een gemeenschappelijke munt hebben met weliswaar een gemeenschappelijk monetair beleid, maar geen gemeenschappelijk economisch beleid, groeien de sterkere en zwakkere landen steeds verder uit elkaar. Als gevolg daarvan komt de euro onder zware druk te staan en dreigen landen zoals Griekenland, Portugal, Ierland hun schulden niet meer te kunnen betalen. De bijstand vanwege het IMF en de ECB  dient niet zozeer om om de Grieken, de Portugezen, en de Ieren te redden, maar in de eerste plaats om de Duitse en Franse banken te helpen die in die landen grote bedragen aan leningen hebben uitstaan.

Het gevolg van dat alles veroorzaakt uiteindelijk ook een sociale crisis. Want om de geweldige begrotingstekorten terug te dringen, worden er draconische bezuinigingsprogrammaís doorgevoerd, waarbij vooral de overheidsdiensten en de uitkeringen, maar ook de pensioenen en andere voorzieningen het moeten ontgelden. Vooral in de zwakke economieŽn neemt de werkloosheid enorm toe. Als gevolg van de verarming daalt de binnenlandse consumptie en verslechtert de economie. Dat deze politiek van afwentelen van de crisis op de gewone mensen, terwijl de veroorzakers ervan buiten schot blijven, tot grote sociale onrust leidt is dan ook een vanzelfsprekendheid.

 

 

Een sociale crisis heeft steeds gevolgen op de werking van de democratie. De sociale onrust wordt de kop ingedrukt door het buitenspel zetten van democratische procedures en organen. Het zijn niet zozeer meer de de regeringen of de nationale parlementen, maar de EU en het IMF die beslissen over het economische beleid van de landen die steun krijgen.

Dat alles veroorzaakt een politieke crisis waar zowel de traditionele rechtse partijen als de sociaaldemocraten verantwoordelijk voor zijn, zoals ze ook verantwoordelijk zijn voor de neoliberale politiek die tot deze crisis heeft geleid.

Het ziet er naar uit dat dat er binnenkort een nieuwe financiŽle crisis ontstaat, en voor velen is het duidelijk dat er voorlopig geen einde, of oplossing van, de crisis in zicht is, zoals de Europese leiders ons zo graag willen doen geloven.

Een constante factor in het geheel is de onderschikking van alles en iedereen aan de financiŽle markten. De krachten die deze crisis veroorzaakt hebben, krijgen ruim baan om hun verderfelijke praktijken door te zetten. Hun wil is wet, politici en beleidsmakers lopen zich het vuur uit de sloffen om het de financiŽle markten naar de zin te maken en het is uiteindelijk de bevolking die voor de gevolgen op moet draaien.

Het lijkt er op dat, analoog in navolging van ons Belgisch federaal systeem, ook het al-omprezen kapitalistische vrijenmarktsysteem, zo niet failliet, dan toch tegen zijn grenzen is aangebotst. De enige manier om deze zevenkoppige crisis op te lossen, zal het aanpakken zijn van de almacht van het grote geld, verzet tegen de bezuinigingen, tegen de afbraak, tegen de werkloosheid, tegen het afwentelen van de crisis op degenen die hem niet veroorzaakt hebben.

Het is nog maar de vraag of deze klassieke 'vakbonds'-oplossingen het tij kunnen doen keren. Stakingen, en het land lamleggen heeft op korte termijn enkel een verergering van de crisis, meer werkloosheid, en grotere schulden als gevolg. Schulden die hoe dan ook ooit moeten betaald worden. En in een kapitalistisch systeem is dat nu eenmaal de 'gebruiker' aan het einde van de ketting: de bevolking.

Zolang men, al dan niet met de best mogelijke sociale correcties, in dit systeem blijft hangen, zal er niets veranderen aan de feitelijkheid dat rijkdom armoede creŽert en armoede het gevolg is van rijkdomverwerving.

Het alternatief, een maatschappij waar gelijkwaardigheid vooropstaat, en iedereen, ongeacht zijn mogelijkheden, in min of meer gelijke wijze gebruik kan maken van de vruchten van het gemeenschappelijk bezit en prestaties, mag dan wel ingaan tegen de menselijke natuur, feit is dat de werkzaamheid ervan nog nooit is uitgeprobeerd.

Wie, om dat tegen te spreken, daaromtrent verwijst naar het voormalig communistisch Oostblok, getuigt van weinig kennis over wat Marx en Engels ooit bedoelden.

 Evenmin als de sovjet- en andere voormalige communistische leiders dat hadden, laat staan dat zij het wisten (wilden) uit te voeren..

Renaat van Poelvoorde