De gedachteloosheid van de traditionele politieke partijen 

       juni 2012          

Er was een tijd dat 'het volk' zich bij verkiezingen kon uitspreken. Over wat, was toen ook al niet zo eenduidig, maar uit de verkiezingsuitslag kon men toch enigszins opmaken hoe de machtsverhoudingen tussen links, rechts, en het centrum was.

Socialisten waren in die tijd nog 'links', of beter gezegd, links van het centrum. In tegenstelling tot de communisten bestreden zij niet (meer) het kapitalistische op zich, maar streefden binnen het systeem naar een rechtvaardige sociale bescherming voor minder bedeelden en voldoende welvaart voor arbeiders en bedienden.

In het centrum, huisde de Christelijke volkspartij, met een centrumlinkse vleugel, (Christelijke arbeidersbeweging) en een centrumrechtse vleugel (Christelijke boeren, -middenstand, -vrije beroepen  en -patroons)

En rechts van dat centrum zorgde een liberale partij voor de belangenbehartiging van IndustriŽlen, niet Christelijke middenstanders, -vrije beroepen, -renteniers,- herenboeren en de zichzelf hoger schattende deel van bedienden.

Van twee verschillende (taal-) culturen en politieke zeden was toentertijd nog geen sprake, al waren Waalse socialisten toch ietwat 'linkser' en heviger dan hun Vlaamse broeders, de Waalse Christendemocraten toch meestal van 'betere comaf' dan gun Vlaamse geestesgenoten, en bewoonden Waalse liberalen in grotere getale meer 'Chateau-achtige' optrekjes dan hun Vlaamse logebroeders.

Socialisten verdedigden de belangen der armen, werklozen, arbeiders en lagere bedienden. Liberalen bedienden de kapitaalkrachtigen die de arbeiders en bedienden tewerkstelden, alsook deze die 'het volk' voorzagen van brood, vlees, kleding, en allerlei diensten. En De 'centrumpartij' trachtte, haar Bijbelse principes getrouw, er voor te zorgen dat 'de keizer kreeg wat de keizer toekwam', en er tegelijkertijd voldoende kruimels van zijn rijkgevulde tafel vielen om  zijn onderhorigen net voldoende energie  te bezorgen opdat zij zijn tafel tijdig zouden aanvullen, en liefst nog wat zou uitbreiden.

Alles was dus vrij duidelijk en geordend geregeld, tot niet alleen de 'verworpenen der aarde', maar ook 'de Vlaming' ontwaakte, en ook hij zijn ontvoogding op ging opeisen. Nog erger werd het, als diezelfde Vlaming zijn 'heir' zag wankelen door de aanzwellende intocht van nazaten van de Moren, muzelmannen en de Hunnen. Tussendoor was het menigeen opgevallen dat niet alleen onze fauna maar eveneens onze flora stilaan verdween en zowel onze natuurlijke als onnatuurlijke uitwasemingen wel eens onze adem zouden kunnen doen stokken.

Als gevolg daarvan creŽerden in de loop van de tweede helft van de twintigste eeuw meerdere verschillende belangengroepen hen eigen politieke vertegenwoordiging. Dus kreeg elke taalgroep zijn linkse- rechtse- en centrumpartij, ontstonden taalgebonden (rechtse) nationalistische, en (linkse) milieupartijen. Door de constant groeiende middenklasse zagen zowel socialisten als liberalen zich ondertussen genoodzaakt om zich steeds dichter bij het centrum te nestelen, en transformeerden noodgedwongen tot centrumlinkse, en centrumrechtse partijen, wat dan logischerwijs het ontstaan van verschillende min of meer radicale linkse en rechtse splinterpartijen als gevolg had..

Zowel Vlaamse als Waalse Belgen zitten vandaag opgescheept met een politiek landschap dat, behalve bij de min of meer extreme partijtjes (welke vooralsnog de kiesdrempel niet halen), met uitzondering van het Vlaams Belang, FDF, en de groene partijen, de begrippen 'links' en 'rechts' niet echt meer naar hun oorspronkelijke waarde weet te schatten.

Vrijwel alle partijen, groenen en N-VA incluis, beweren bij hoog en bij laag dat zijn voor ALLE lagen (standen) van de bevolking opkomen. Een bewering die gezien de grote tegenstellingen van belangen der verschillende maatschappelijke klassen op zijn zachts gezegd eerder volksverlakkend is te noemen.

Want, zowel socialisten als liberalen belijden hoogstens nog binnenkamers hun oorspronkelijk gedachtegoed. En bij de klassieke centrumpartij zijn de 'christelijke waarden' voor zover ze dat al niet waren, bijzonder vaag geworden. Hun respectievelijke partijprogramma's zijn in hun oppervlakkige hoofdlijnen dan ook voor vrijwel iedereen aanvaardbaar.; Vooral omdat wegens hun inhoudelijk zodanige nuanceerbaarheid, dat zij de toets van een zesde studiejaar-opstel moeilijk zouden doorstaan.

Zoals in het Duitsland van na de eerste wereldoorlog, door de futloosheid en electorale 'shopping' van klassiek links en rechts, de demagogie voluit alle kansen kreeg, met het gekende gevolg, zo ook profiteren volksverlakkers zoals Bart De Wever en zelfs Wilfried Peters, van de teloorgang van het 'luister naar mijn woorden maar kijk niet naar mijn daden'-gedoe' van het salonsocialisme en het sociaalliberalisme.

De 'inbedding' van het socialisme in het kapitalistisch systeem, heeft meegeholpen door de vrees voor van het dreigende Oostblokcommunisme,naar het einde toe van de vorige eeuw,  in West-Europa en deels in Noord-Amerika, voor het grootste deel van de bevolking een zekere mate van welvaart gebracht.  Vandaag is die inbedding, door toedoen van de aanhoudende financiŽle en economische crisis, totaal krachteloos geworden en kan men niet omheen de vaststelling dat dit sociaaleconomisch systeem geen verdere toekomst meer heeft.

Of het omgekeerde experiment, welke China aan het uitproberen is: het kapitalisme inbedden in een socialistisch systeem, daar een alternatief voor is, moet nog blijken. De vaststelling dat dit evenmin een antwoord geeft op milieu- grondstoffen- en de financieel systeem problematiek, laat staan dat het een oplossing biedt aan het wereldwijd stilgezwegen overbevolkingprobleem, stemt het weinig hoopvol.

Zowel het Christelijke, liberale, humanistische, kapitalistische, als het socialistische of ecologische gedachtengoed, is hol en inhoudsloos als het zich beperkt tot begrippen die zij gemeenschappelijk delen en het enkel de (onuitgesproken) interpretatie is welke inhoudelijk het onderscheidt uitmaakt.

Maar hoe dan ook, voor welk sociaaleconomisch systeem een politieke partij ook moge gaan, een herbronning en vooral begrijpbare, niet mis te verstane verduidelijking van het betreffende gedachtegoed is een noodzaak opdat wij ten minste zouden weten waarvoor wij kiezen... 

Renaat Van Poelvoorde

 

 

©RVP-2012