Tegen het zere been                                       maart 2010

Vorige maand liet voormalig Vlaams minister, en (nog steeds) Sp.a-Vlaams volksvertegenwoordiger Frank Vandenbroecke, na lange tijd stilzwijgen,  terug van zich horen. In een essay over de toekomst van de welvaartsstaat voorspelt de man een budgettaire sanering waarvan de gemiddelde Belg op zijn zachts gezegd 'niet goed van zal zijn'. Tenminste, als het de beleidsmakers ernst is met hun voornemen om het nationaal begrotingstekort tegen 2015 in  evenwicht te brengen, en ons sociaal stelsel en vooral de pensioenen voor de volgende decennia veilig te stellen.

Men hoeft niet bepaald het intellectueel niveau van Vandenbroecke te benaderen, noch veel kaas gegeten te hebben van economische en sociale wetenschappen, om te weten dat wij als gemeenschap al veel langer dan vandaag, op zijn zachts gezegd, boven onze stand leven. Als verwende kinderen hebben wij in het verleden, in moeilijke tijden, alleen de onontkoombare en hoogstnodige inleveringen aanvaard. Tijdens de economisch betere periodes hebben wij dan de karige overschotten opgeŽist en feestelijk opgesoupeerd.

Zowel de rechtse als linkse politieke partijen prediken reeds meer dan vijfentwintig jaar lang, dat het 'vergrijzingsprobleem' dat in de jaren 2020-2050 ten volle zal toeslaan, en dat voorafgaandelijk veel sparen, en het hervormen van ons sociaal verzekeringstelsel noodzakelijk zijn. Maar het enige wat onze politici er tot heden van gebakken hebben, zijn  enkele 'lege-doos' initiatieven zoals een nog steeds vrijwel leeg 'zilverfonds', en een generatiepact dat niet veel meer is dan een paar verdampende druppels op een steeds heter wordende plaat.

Zowel de rechtse als linkse politieke partijen hebben tijdens hun regeerperiodes kwistig met geschenken gesmeten ter ere van het gouden kalf dat onze winst- en consumptiemaatschappij symboliseert. Rechts vulde de zakken van het kapitaal, omdat dat volgens hen voor industriŽle groei en werkgelegenheid zou zorgen. Links deelde 'zakgeld' uit aan de tot middenklasse verheven arbeiders en bedienden, en om toch nog enigszins hun bestaansrecht te rechtvaardigen, voorzag zij met het overgebleven wisselgeld ook nog de minderbedeelden met enkele aalmoezen.

Dat alles met als resultaat dat ons land (zoals heel wat andere welvaartslanden) in deze crisisperiode, vandaag met een begrotingstekort van meer dan 5% en een staatsschuld van 324.633.169.187 euro (31.200 euro/Belg) is opgezadeld. Met dergelijke schuldcijfers is er uiteraard geen sprake meer van"sparen voor de toekomst". Het zal dus allemaal moeten komen van bezuinigen en zorgen voor meer inkomsten.

De aloude recepten, zowel van Links als Rechts, zoals strijd tegen de fiscale fraude en rechtvaardiger verdeling van de lasten, en meer economische groei en lagere lasten, hebben de laatste veertig jaar met wisselend succes de bouwvallige constructie dat ons sociaaleconomisch systeem is geworden, min of meer overeind kunnen houden. Dergelijke recepten kunnen misschien nog enig soulaas brengen bij de nog steeds uitdijende financiŽle en daaropvolgende economische crisis, maar dat zij in feiten alleen nog als 'pijnstillers' fungeren voor de te bestrijden ziekte, daar worden steeds meer, zelfs liberale economen en sociologen, zich van bewust.

Het mag duidelijk zijn dat de groei van de welvaartskoek in de toekomst, zo niet zal stagneren, dan alleszins te verwaarlozen zal zijn. Evenzo is het zonneklaar dat de komende decennia steeds meer mensen van die koek zullen eten, terwijl zij niet meer bijdragen aan het bakken zelf ervan. Hoe dan ook zal het er op aan komen om deze koek op zodanige wijze te 'herverdelen' zodat  in ieder geval diegenen die het nodig hebben, daar een aanvaardbaar deel van krijgen.

Via belasting en sociale bijdragen brengt vooral de actieve bevolking heel wat op om, bij ziekte, pensionering, werkloosheid of werkongeschiktheid, voor gelijke materiŽle kansen op opvoeding en onderwijs, en verder allerhande culturele, maatschappelijke en sportieve ontwikkeling, de nodige ondersteuning te geven. Omwille van het 'gelijkheidsprincipe' en het dubieus geÔnterpreteerd solidariteitsbeginsel, gaat een aanzienlijk deel van die middelen ook naar diegenen die het best zonder die hulp kunnen stellen. Zo krijgen alle ouders, per kind hetzelfde bedrag aan kinderbijslag en schoolgeld, dezelfde terugbetaling voor ziekenhuis- dokters- en geneesmiddelen, en via dienstencheques dezelfde subsidiering voor poets- en huishoudhulp. Dat allemaal onafhankelijk hun inkomen, dus onafhankelijk of zij die maatschappelijke steun al dan niet nodig.

Zo kan men ook het huidige pensioenstelsel in vraag stellen. Is het te verantwoorden dat iemand die tijdens zijn actieve loopbaan een relatief hoog inkomen had en daardoor de mogelijkheid had om een aardig vermogen bijeen te sparen, ook nog een relatief hoog pensioen incasseert, alleen maar omdat hij daartoe ook hogere bijdragen heeft geleverd? Waarom hanteert men hier deze logica, in tegenstelling tot bvb kinderbijslag en ziektekosten?

Vandenbroecke heeft gelijk als hij zijn politieke collega's aanmaant om hun stoute schoenen aan te trekken en aan de bevolking te vertellen waar het op staat. Als wij onze 'welvaartstaat' sociaal willen houden en niet naar negentiende- en begin-twintig-eeuwse toestanden willen verzakken, en de minder gegoeden willen ontzien, zullen wij niet alleen bij de rijken en welstellenden, maar ook bij de 'middenklasse' moeten aankloppen.

In de toekomst zullen wij het principe: moeten hanteren dat gemeenschapssubsidies er enkel zijn voor diegenen het nodig hebben, omdat zij niet de mogelijkheden hebben of krijgen om voor zichzelf te zorgen.

Dat houdt o.a. in dat: kinderbijlsag, schooltoelagen, prijs van wpa- en dienstencheques,terugbetaling van ziektekosten, en alle subsidieringen en belastingsaftrekken voor bvb verbouwingen, hypothecaire leningen, isolerings- en energiebesparende investeringen, inkomensafhankelijk dienen gemaakt te worden. Als wij onszelf er dan ook nog toe te overhalen ons tevreden te stellen met een welvaartsvast, voor iedereen zelfde pensioensbedrag van netto ongev.Ä 1.600 voor gezinshoofden, Ä1.300 voor alleenstaanden, en Ä1.100 voor samenwonenden, zitten wij misschien al een heel eind in de goede richting.

Een modern uitgeruste en voldoende bemande belastingsdienst die daadwerkelijk en efficiŽnt de belastingfraude aanpakt, zou voor  minstens tien miljard meer gemeenschapsinkomsten kunnen zorgen. Samen met de besparingen in de sociale zekerheid, zou dit ons huidig overheidstekort 5% tot nul herleiden, waardoor wij alle bijkomende economische groei kunnen gebruiken om de immense staatschuld  af te bouwen.

Maar voor velen onder ons, is dat tegen het zere been geschopt...

Renaat Van Poelvoorde