De kiezer heeft geen keuze

november 2013       

Politici doen ons graag geloven dat wij in ons democratisch stelsel de  de burger wel degelijk inspraak en invloed invloed heeft op het beleid van zijn overheid. Wie echter zijn ogen en oren goed openhoudt, weet wel beter. Want met zijn deelname aan de vier- vijf- of zesjaarlijks terugkerende parlements- of gemeenteraadsverkiezingen bepaalt de burger niets meer dan de machtsverhoudingen tussen de verschillende politieke partijen. Wat en hoe die partijen na een stembusdag al dan niet gaan uitvoeren, is het onderwerp van overeenkomsten die zij, zonder dat de kiezer daar enige stem in heeft, in besloten kring onderling bedisselen,

Reeds bij het bepalen voor welke partij hij gaat stemmen, blijft de kiezer eigenlijk in de kou staan omdat elke partij  in haar verkiezingsprogramma wel meerdere punten heeft staan waar men zich niet kan in vinden. In meerderheid wordt de keuze van de doorsnee kiezer meestal bepaald door de linkse-, centrum- of rechtse strekking van de partijen. Voor wie niet fanatiek aan een bepaald gedachtengoed vastend blijft dan ook niets anders over dan te kiezen voor de partij die het dichts bij het voor hem prioritair standpunt aanleunt.

De keizer kan, al dan niet via een kandidaat-volksvertegenwoordiger, weliswaar voor een partij kiezen, maar krijgt daarbij helemaal geen keuze over het te voeren beleid. Het is namelijk niet het partijprogramma, maar de regeerovereenkomst tussen meerdere partijen met verschillende programma's dat het te voeren beleid zal bepalen.

Wat op sociaaleconomisch vlak onder de begrippen 'links' en 'rechts' thuishoort is vrij duidelijk. Voor wat betreft de sociaal-ethische kant is dat echter niet zo vanzelfsprekend. En voor mensen die zich niet door anderen (laat staan door  politiekers) laten vertellen of legalisatie van sofdrugs, euthanasie, soepele immigratiewetten, en vergaande tolerantie van godsdienstvrijheid, al dan niet typisch links is, is dat op zijn zachts gezegd een probleem.

Als gevolg daarvan is er een niet te versmaden kiezerspubliek welke in ons huidig politieke  partijlandschap feitelijk nergens terecht kan. Bij geen  enkele partij behoort het sociaal-economisch-'linkse'+ het sociaal-ethish-'rechtse' (of omgekeerd) tot hun gedachtegoed, omdat wie dan ook ooit bepaald heeft dat die strekkingcombinatie niet samengaan. Eťn en ander heeft te maken met de begrippen conservatief en progressief, waarbij Rechts als behoudsgezind en Links als vooruitstrevend wordt beschouwd. Vandaag gaat die etikettering echter niet meer op, gezien het op sociaaleconomisch vlak het nu eerder andersom is.

Misschien moeten wij ons lang voorbijgestreefde negentiende-eeuws kiessysteem (zoals ook het geval is voor ons sociaaleconomisch systeem)  volledig opbergen en vervangen met een 21-eeuws systeem, aangepast aan de noden van de moderne mens die, in tegenstelling tot overgrootvaders generatie, voldoende mogelijkheden heeft om zich van de benodigde informatie te voorzien (en te bevatten) ten einde zich een mening te vormen.

Weg met die politieke partijen die verworden zijn tot surrogaat semi-commerciele verenigingen welke volgens de 'marktwerking' te werk gaan, i.p.v. hun product te 'verkopen' op grond van de kwaliteit welke het te bieden heeft.

Weg met de zogenaamde 'volksvertegenwoordiging' welke in werkelijkheid niets meer is dan een partijenvertegenwoordiging, waarvan de 'gekozenen' niet praten en stemmen volgens de wil van het volk maar van de onderscheiden partijtoppen.

Weg met een politiek systeem welke de vernietiging van onze planeet, de bestendiging van de armoede, oorlog en ellnde,  en de verrijking van de kleine finanieel-economische elite, als enige prestaties op zijn palmares heeft.

Laat de kiezer in plaats daarvan over alles en nog wat, kiezen voor ideeŽn, stellingen, en meningen. Laat een regering gevormd worden door 'technocraten' wier daden, doen en laten conform moeten zijn aan het 'stemgewicht' dat aan de betrokken stellingen en meningen is gegeven. Vanzelfsprekend dient elk nieuw 'probleem' of item waar nog geen 'volkswaardering' over gekend is, aan de burger worden voorgelegd.

 Over hoe dat allemaal technisch uitvoerbaar kan gemaakt te worden, hoef en kan ik als 'gewone man in de straat' mijn hoofd niet te breken. Daarvoor is er wereldwijd waarschijnlijk meer dan genoeg talent en intelligentie aanwezig. Beweren dat dit onmogelijk is te bewerkstelligen of onwerkbaar is, ontkent juist de zo geroemde intelligentie van de intellectuele 'elite'.

Een elite die, als het over commerciŽle producten en activiteiten gaat, steeds de mond vol heeft over de 'noodzakelijke innovatie'. Daarentegen schijnt dat zelfde begrip blijkbaar onbestaande te zijn als het gaat om nieuwe ideeŽn m.b.t. ons sociaaleconomisch en politieke systemen, welke beide juist door hun oubolligheid en terminaliteit onwerkbaar zijn geworden en de menselijke samenleving langzaam de afgrond in sleuren. 

Ondertussen blijft de auteur dezes, sociaaleconomisch uitertst-links, en sociaal- ethisch centrum-rechts zijnde, politiek dakloos achter...

Renaat van Poelvoorde

                                 

 

    

©RVP-2013