Palestina : Een eeuwenoud probleem

 waarvoor geen oplossing mogelijk is?

juli 2014       

Sinds jaar en dag hoort men met de regelmaat van de klok belangrijke en minder belangrijke personen beweren dat m.b.t het Joods-Palestijnse conflict ' vrede  binnen handbereik is als beide partijen maar willen. Sommigen onder hen stellen dat, 'de Palestijnen de dupe zijn van de schandelijke behandeling die Joden eeuwenlang in Europa hebben ondergaan', en leggen de schuld bij het Joods-orthodox principe dat er ' in de Joodse staat geen ruimte voor Arabieren kan zijn'

Om  de complexiteit van het probleem te begrijpen dient men de geschiedenis ervan te kennen: In 1920 werd bij de vrede van SŤvres het Ottomaanse rijk verdeeld en het gebied dat het huidige Israel (groen)+ JordaniŽ (geel) omvatte door de Volkerenbond als mandaatgebied aan Groot BrittanniŽ toegewezen. De Britten kregen de opdracht in dat gebied een 'joodse thuishaven', iets wat zij uitsluitend voorbehielden aan het deel gelegen ten westen van de Jordaanoever. (groen)

In 1946 werd het westelijk deel (geel) onafhankelijk  en zou het linkse deel (groen) opgesplitst worden: 56% voor de op te richten joodse staat Israťl, en 43% voor de Arabische bevolking. Jeruzalem zou daarbij een internationale status krijgen.

De joden accepteerden deze regeling, terwijl de Arabieren deze verwierpen. In 1948 eindigde het Britse mandaat en riepen de joden de onafhankelijkheid van Israel uit. Enkele maanden laten vielen legers van IsraŽls  Arabische buurlanden het land binnen. Het resultaat van de strijd was dat Israel 77% van het oorspronkelijk westelijk gebied innam en JordaniŽ 22% (de huidige westelijke Jordaanoever) bleef bezetten, dat zij in 1950 annexeerde, en 1% (de Gazastrook) bleef door Egypte bezet.

Met de zesdaagse oorlog in 1967, preventief begonnen door Israel als reactie op de bedreigingen van de Egyptische, Syrische en Jordaanse leiders, "de IsraŽliŽrs de zee in te zullen drijven", bezet Israel de westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de Golanhoogte, waardoor zij feitelijk de door die landen in 1948 veroverde gebieden inpalmden. Mede door het Egyptische leger tot over het Suezkanaal terug te drijven, en de Sinay-woestijn bezet te houden, wilde Israel zich daardoor van 'verdedigbare' grenzen verzekeren, bij een volgende Arabische dreiging.

Dat het gebied, zowel ten oosten als ten westen van de Jordaan, sinds 1200 vůůr onze jaartelling hoofdzakelijk door 'IsraŽlieten' (joden) werd bewoond is ondertussen een bewezen geschiedkundig feit. Dat zowel vůůr als na de Romeinse bezetting van het gebied grote delen van de Joodse bewoners door de achtereenvolgens de AssieriŽrs, de BabyloniŽrs als de Romeinen zijn 'gedeporteerd is dat eveneens.  Vooral deze laatsten hebben gezorgd voor een massale verspreiding van de joden over Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Vooral Europa.

Dat sindsdien de joden in Europa, periodiek en plaatsgebonden, steeds vervolgd en opgejaagd werden, waarvan de Holocaust het orgelpunt was, kan, mede met hun ervaringen na 1948,  enigszins bijdragen tot enig begrip over hun onverzettelijkheid in het huidige Palestijnse conflict.

Dat er direct vrede zou komen als de staat IsraŽl, de sinds 1967 bezette (of betwiste) gebieden ontruimt en teruggeeft aan de Palestijnse Arabieren, en dŗt dus de oplossing van het conflict lijkt, is een tť eenvoudige voorstelling van zaken.  Het geeft namelijk  geen afdoende verklaring voor de diepgewortelde wederzijdse haat. Conflicten over stukjes land ter grootte van een Belgische provincie (of groter) hebben op onze aarde overal en altijd gewoed. Ook vandaag hebben tientallen landen burenruzie over stukjes land.
 

Het Joods-Palestijns (Arabisch) conflict vindt hoogstwaarschijnlijk zijn oorsprong in rond 1880, wanneer een massale Joodse immigratie zijn aanvang kende. Maar historici zien dat meer in mei 1948 gebeuren, als de staat IsraŽl wordt uitgeroepen, waar de Zesdaagse oorlog van 1967 en de erop volgende bezetting uiteindelijk uit voortkwam. De toen heropflakkerend  wederzijdse moordpartijen, gewapende aanvallen dus tussen Arabieren en Joden, waren eigenlijk door de Arabieren al begonnen in de jaren 1920.

Het is opmerkelijk dat religieuze joden, christenen en moslims het eens lijken te zijn dat de  mystieke Bijbelfiguur  Abraham hun gezamenlijke aartsvader is. In het eerste Bijbelboek, Genesis, wordt beschreven hoe Abraham van zijn onzichtbare God de landbelofte krijgt. Het Ďbeloofde landí is ongeveer het stuk grond waar het conflict van nu om draait. Het wordt, zoals blijkt uit tientallen Bijbelteksten, uitdrukkelijk ter beschikking van Gods Ďuitverkoren volkí gesteld. Nog vandaag noemen miljoenen mensen deze door God gedane landbelofte als argument om de Joden het gebied te gunnen.

Even opmerkelijk is dat Islamitische Koran het Joodse recht op het land bevestigt. Maar de moslims van vandaag - op een enkeling na Ė wijzen deze Bijbelse landbelofte af.  Ook al werd het het Palestijnse land drieŽntwintig eeuwen geleden hoofdzakelijk door Joden bewoond, maar het sinds het ontstaan  van de islam, (7de eeuw), Palestijns 'eigendom' is geweest,  moet het daarom weer in islamitisch bezit komen vinden de Arabieren. Volgens de Koran zijn de Joden een belangrijke vijand. Ondanks dat zij eeuwenlang in de islamitische wereld een onderdanige en Ďbeschermdeí minderheidsgroep zijn geweest, bedreigt hun nieuwe (militaire) macht het geloof van de moslims, en dient de oude toestand worden hersteld.

Het heilige boek van de islam, de Koran, roept op diverse plaatsen op tot geweld tegen Joden.  Grond die eenmaal in handen van de islam is geweest mag, volgens wat vandaag de Ďpolitieke islamí heet, nooit meer uit handen worden gegeven. Met politieke islam of islamisten wordt bedoeld een kleine minderheid in de moslimwereld die geweld en terreur tegen de Joden en het Westen voorstaat. Het begrip is omstreden en vaag. Anti-islamitische bronnen noemen de islam geen gewone religie maar een gewelddadige ideologie, die het hele leven van de burger raakt en bepaalt.

De Arabische leiders hebben nooit onder stoelen of banken gestoken dat de elkaar opvolgende oorlogen van Arabische zijde bedoeld om de Joden uit het land te verdrijven, in zee te drijven of te vermoorden. Dat zij telkens wegens de IsraŽlische militaire overmacht daarbij 'in het zand beten' leidt in de Arabische wereld tot enorm gezichtsverlies, teleurstelling en wrok. De haat tegen IsraŽl, een land dat door het Westen gesteund wordt, slaat om in haat tegen het Westen en tegen het christendom. Sindsdien is een nieuw element aan de strijd toegevoegd: die tegen de Ďkruisvaarders en de ongelovigení, onder aanvoering van Al-Qaeda.

 

Een van de belangrijkste conflictbronnen is het probleem van de Palestijnse vluchtelingenstromen van 1948 en 1969. Het is vandaag nog steeds niet opgelost. IsraŽl heeft de gevluchte of verjaagde Arabieren Ė op een aantal uitzonderingen na - nooit toegestaan terug te keren naar hun huis.

 IsraŽl stelt zich op het standpunt dat mensen die eerst op de dood van de Joden uit waren nu maar beter buiten de deur gehouden kunnen worden. Nogal wat waarnemers betogen dat de Arabische wereld het probleem makkelijk kan oplossen maar het om allerlei redenen opzettelijk in stand houdt.

Hoe dan ook blijft de vraag: Wie heeft meer recht op het land, de Palestijnen of de Joden? Internationaal recht voorziet er (nog) niet in: de 'specialisten' terzake verschillen van mening.

Joden (of liever: Ďde IsraŽlietení) hebben het land duizenden jaren bewoond. Het is lang, achtereenvolgend bezet geweest door de AssyriŽrs,  de BabyloniŽrs, en het waren uiteindelijk de Romeinen die in de eerste eeuw na Chr. een eind maken aan het bestaan van IsraŽl. Arabische nomadenstammen namen de plaats in van de Joodse bevolking, hoewel op sommige plaatsen altijd Joden zijn blijven wonen.

Een kleine tweeduizend jaar later komen groepen joodse immigranten terug. De Arabieren Ė hoe bekend ook om hun gastvrijheid - zijn niet bereid een stap opzij te doen.  Volgens veel bronnen stonden de joodse nieuwkomers een vreedzame samenleving voor: anderen beweren dat de zionisten vanaf het begin het land voor zichzelf wilden.

Vooral de Arabieren, maar ook heel wat anderen blijven IsraŽl als een illegale staat zien, op gestolen, op geroofd, land.  Voor de Palestijnen en Arabieren heeft de kern van het probleem bovendien een religieus aspect: binnen de islam is het uit handen geven van land dat ooit eigendom van moslims is geweest een onmogelijkheid. In de Koran Ė het heilige boek van de moslims Ė komen beide themaís aan de orde: er staan teksten in die het Joodse recht op het land erkennen. Andere openbaringen claimen het behoud van land voor de islam.

De status van Jeruzalem, de heilige stad van joden,
lijkt onoplosbaar. Iedereen meent recht op de stad te hebben. De VN stellen in 1947 voor dat de stad een internationaal bestuur moet krijgen. IsraŽl roept de stad uit tot eeuwige hoofdstad van IsraŽl. Gematigde Palestijnse organisaties claimen alleen Oost-Jeruzalem; de meeste eisen de hele stad Ė en het hele land. Joden claimen de stad in zijn geheel als exclusieve hoofdstad van de staat IsraŽl. Zionistische organisaties tonen aan dat de stad al eeuwenlang een Joodse meerderheid heeft.

De sluipende en  steeds verder uitbreidende IsraŽlische kolonisatie van de 'westbank' roept internationale kritiek op. Critici zien het vestigen van nederzettingen als een opzettelijke provocatie. Volgens hen moet het Palestijnse gebied moet Jodenvrij worden. Het woord verwijst naar de nazitijd en de Holocaust: Duitsland en Europa moesten 'Judenrein' worden gemaakt.  Religieuze joden leven in de realiteit van de landbelofte: ze betogen dat het land van hun god is. Ze willen van Palestijns-Arabische rechten niets weten en stellen zich als de rechtmatige bezitter op. Vele miljoenen christenen staan erachter: ze noemen vanuit hun religieuze visie de band met IsraŽl Ďonverbrekelijkí.

het kan moeilijk ontkend worden dat de IsraŽlische bezetting van 1967 leidt tot onderdrukking van de Palestijnen. Het optreden van het IsraŽlische leger in de Palestijnse gebieden, als vergelding voor aanslagen, met verarming en wanhoop als gevolg, zet bij IsraŽlicritici kwaad bloed.

De beperkte bewegingsvrijheid van de Palestijnen is een dagelijks terugkerende ergernis. De muren, hekken, prikkeldraadgrenzen en controlepoortjes die IsraŽl bouwt worden als vernederend ervaren. Het gedrag van IsraŽlische soldaten wekt irritatie. In documentaires wordt aangetoond hoe de vernedering in zijn werk gaat. IsraŽl verliest er opnieuw veel sympathie mee.

De grote wens van de Palestijnen, om in een eigen, 100% autonome, Palestijnse staat te wonen, met eigen bestuur en een eigen strijdmacht, is vooralsnog  onvervuld. Van veel kanten klinkt de kritiek dat het volk nog niet op eigen benen kan staan: er zouden te veel interne bestuurlijke problemen zijn. Er is teveel gewapend conflict. Om niet te spreken van corruptie. Ook is er de kritiek dat IsraŽl de Palestijnse gebieden zo versplintert dat nooit een eigen levensvatbare staat kan ontstaan. Anderen stellen dat Palestina een terreurstaat zal worden, van waaruit IsraŽl onophoudelijk zal worden bestookt met raketten en granaten.

De vorige decennia hebben meer dan ťťn Amerikaanse en/of andere westerse leiders er alles aan gedaan om via vredesgesprekken en onderhandelingen, oplossingen voor het conflict te vinden. Maar zelfs al komt men tot overeenkomsten, de uitvoering ervan laat meestal te wensen over. Zo weigeren, ondanks beloften en afspraken (Oslo), de Palestijnen nog steeds hun belofte om het streven naar vernietiging van IsraŽl uit de handvesten te schrappen. Ook het aanpassen van symbolen die IsraŽl ontkennen, zoals de Palestijnse vlag, is tot nu toe uitgebleven.

Zo nu en dan is er hoop. Partijen maken elkaar over en weer verwijten over het niet nakomen van afspraken.
De kern van het probleem is zowel onvermogen als onwil om samen een vreedzame samenleving op te bouwen. Het wordt vooral veroorzaakt door de agressie en onwil van politieke of religieuze extremisten (20-30% van de bevolking) aan beide kanten. De overgrote meerderheid van de Palestijnen zijn opgevoed in een sfeer van haat en agressie tegen de Joden. Heel wat Joodse families hebben naaste familieleden, vrienden en kennissen verloren door de in de jaren tachtig en negentig frequente palesteinse terroristische bomaanslagen op markten, en in bussen. Joodse kolonisten maken Palestijnen het leven zuur, en omgekeerd.

Een samenvatting van de conflictstof lijkt niet zinvol
zonder een overzicht te geven van de vele (deel-) oplossingen die in de loop der jaren zijn ontwikkeld. Steeds weer ontstaat er hoop in de harten van miljoenen mensen, als het erop lijkt dat partijen tot elkaar gekomen zijn. Steeds weer strandt de zo begeerde vrede op onwil en onmacht van zowel leiders als achterban, die elk hun waarachtig eigen gelijk hebben dat diametraal tegenover mekaar staat.

Het conflict lijkt vrijwel onoplosbaar. De wonden die langs beide zijden werden en nog worden geslagen, zijn zijn deze van een ongeneeslijke melaatsheid geworden. Vreedzaam naast elkaar leven, laat staan samenleven is dan ook onmogelijk geworden.

De menselijke geest en gevoeligheid blijkt niet in staat te zijn daar een voor beide partijen aanvaardbare oplossing voor te vinden

 

 

©RVP-2014