De vrijheid die tot zelfvernietiging leidt

       februari 2012          

"Het zegevierend en tot het uiterste gedreven individualisme, en de tť grote vrijheid van handelen, doet naar de absolute monarchie terugverlangen. Want een vrijheid, waarvan vrijwel alleen de sterken voordeel aan hebben, is de ergste der tirannieŽn."

Met deze uitspraak stelde de Franse schrijver Paul Brulat reeds in het begin van de vorige eeuw, dat de zo geroemde vrijheid, de financiŽle en economische machten tot de tirannen van de twintigste en daaropvolgende eeuw zou maken.

Maar in tegenstelling tot de feodale heersers van de voorgaande eeuwen,hadden de nieuwe kroonprinsen van Wall Street een uitgekiend systeem bedacht waardoor het aloude Romeinse idee van 'brood en spelen' voor bijna iedereen wel wat leuks en lekkers te bieden had. Uiteraard, onder voorwaarde dat men op de daarvoor geschikte plaatsen dezer aardkloot geboren was, en men over een bepaals niveau van fysische en psychische capaciteiten beschikte.

Begrippen zoals 'steeds meer', en 'steeds groter', waarop het kapitalistisch economisch en financieel systeem gestoeld zijn, dienen dan ook als werkmethode: Zowel productie, omzet,  winst, en consumptie dienen in steeds grotere mate en onbeperkt te groeien, zo niet  valt het het hele systeem als een kaartenhuis in elkaar.

Ook binnen het financieel systeem is zowel het debet als het krediet onderworpen aan het groeiprincipe.  Want gezien geldwaarde gecreŽerd wordt door schuld, en bijgevolg zuiver fictief is, is het dan ook noodzakelijk dat de schuld onbeperkt stijgt.

Om een heel ingewikkeld systeem in ťťn enkel begrijpbaar woord samen te vatten: Ons financieel systeem, werkzaam binnen de vrije-markt, is niets meer dan zuivere 'luchtfietserij'. Zolang iedereen er in gelooft, maar er geen enkel bewijs van vereist, blijft het (voorlopig) werken.

Maar...systemen zijn nu eenmaal gebonden aan regels en wetmatigheden. En regels en wetmatigheden zijn veelal niet compatibel met het begrip 'vrijheid', laat staan dat zij er ingrediŽnten van zouden zijn. En gezien 'meer' wel degelijk de vader van hebzucht is, en hebzucht zich uiteraard niet laat regelen, zijn regels en wetmatigheden in een vrijemarkteconomie niet bepaald stimulerende factoren.

Als gevolg daarvan is er wereldwijd een leger aan economen en financiŽle specialisten ontstaan om er voor zorgen dat de regelgevingen in balans blijven met de vrijheid van handelen.

En laat het nu juist dŗŗr allemaal fout lopen. Want blijkbaar hebben zelfs de hoogst geschoolde wezens in die branche geen enkel benul hoe men een, tot eindig gedoemd zijnde groei, tůch verder kan doen groeien, en de ondertussen immense openbare schuld te beperken, alhoewel die Systemish genoodzaakt is om steeds groter te worden.

Sinds vorige eeuw heeft men de 'eindigheid' van productie- omzet- winst- geld- en schuldgroei steeds weten op te vangen en uit te stellen. Zo slaagt men er vooralsnog min of meer in om tot omzetgroei te komen door productie van  gebruiksgoederen die minder lang meegaan, vlugger stukgaan en/of vlugger verslijten, of produceert men ze zodanig dat bij het falen van ťťn enkel onderdeel gans het product dient vervangen te worden.

Ook voor het probleem van de steeds grotere wordende ongedekte schuld, heeft men een, uiteraard tijdelijke, oplossing gevonden. Schuld wordt namelijk gewoonweg doorverkocht. Zo is geld, in papier, munten of bankgiro, welke men ontvangt, niets meer of minder dan de 'schuldwaarden' van anderen.

De met de regelmaat van een klok voorkomende economische en financiŽle crisissen zijn het gevolg van het steeds frequenter vastlopen van het systeem. Een vastlopen dat telkens voortkomt uit de wetmatigheden van het systeem die zelfcorrigerend trachten op te treden, waardoor 'de groei' vermindert of zelfs stil valt.

Dat het tŤ voortvarend 'misbruik' van het systeem, door een bepaald land (zoals heden Griekenland) 'de bal aan het rollen brengt', bemoeilijk enkel de werking van de toegediende 'pijnstillers' die men op europees vlak wil en kan toedienen om de gevolgen van de 'ziekte' te bestrijden. De ziekte van de schuldencrisis, die reeds eerder in in de VS, IJsland en Ierland was uitgebroken.

Wie zich vandaag geen vragen stelt bij de onmacht en onkunde van de hooggeschoolde en de hemel in geprezen politieke, economische, en financiŽle experten, is ofwel ziende blind ofwel ter kwader trouw.

Daarom had ik graag van iemand enige deskundige uitleg gekregen bij de vraag hoe de miljarden mensen in China, India en BraziliŽ, via hun ongebreidelde economische groei, een grotere welvaart gaan krijgen. Want opdat nog maar de helft daarvan ooit aan onze huidige levensstandaard zou toekomen, is een ecologische voetafdruk noodzakelijk die drie maal de maximale draagkracht van onze aarde betekent. Bovendien vraag zich blijkbaar niemand af hoeveel energie en grondstoffen, meer dan nu, daarvoor nodig zijn, laat staan dat zij voorradig zouden zijn.

Tot dusver zijn er enkel (een groeiend aantal) economen en sociologen te vinden die op gemotiveerde wijze het tegenovergestelde beweren. Die stellen dat K.Marx's analyse van het kapitalistisch systeem na meer dan honderd jaar nog steeds geldt en aan de voorspelde gevolgen niet te ontkomen is, als men het in zijn geheel niet drastisch hervormt. 

Er was een tijd dat vrijheid een begrip was dat m.b.t. landen, volkeren of gemeenschappen werd gebruikt. Namelijk, de maatschappelijke en gemeenschappelijke vrijheid.

De aanbidding van de individuele vrijheid, het dogma van de kapitalistische financiŽle en economische tirannieŽn, om zodoende het individu als loon- en consumentslaaf te gebruiken, ter verrijking van een kleine elite, is het eenentwintigeeuwse equivalent van de het middeleeuwse laten- en negentiende Amerikaanse slavensysteem.

De ongebreidelde individuele vrijheid is een vrijheid die stelselmatig het gemeenschapsgevoel en de maatschappelijke vrijheid vernietigt, en die uiteindelijk tot zelfvernietiging van het systeem zal leiden.

Terugblikkend in de geschiedenis blijkt, voor zover geweten, de in vorige alinea aangehaalde stelling de basisoorzaak te zijn van de ondergang van vrijwel elke beschaving. De geschiedenis van de toekomst zal aangeven of wij daar al dan niet iets uit geleerd hebben...

Renaat van Poelvoorde

 

    

©RVP-2012